PL

Technische gegevens

Plinten worden veelal toegepast in combinatie met metselwerk. De uitzettingscoëfficiënten van metselwerk en beton zijn niet gelijk. Dit verwerkingsadvies is daarom met name bedoeld om spanningen ten gevolge van temperatuursveranderingen te voorkomen. Daar de plinten inpandig worden toegepast, zullen de uitzettingsverschillen gering zijn. Indien lengten overeenkomstig de advieslengte van maximaal 1500 mm worden toegepast, zijn de lengteveranderingen per element te verwaarlozen.



Verwerking
  • In verband met de uitzettingscoëfficiënt de lengtes beperken tot 1500 mm.
  • De plint plaatsen op een rug van metselspecie en inwellen tot de gewenste peilmaat.
De plintelementen mogen niet door middel van een starre voeg (bijvoorbeeld specie) op elkaar aansluiten.

Er kan gekozen worden voor een open voeg of een blijvend flexibele voeg. Een open stootvoeg (zie A) dient minimaal 5 mm breed te zijn. Voor een kitvoeg op een rugvulling (zie B) is de voegbreedte minimaal 10 mm.